Over Henk Staal

05 February, 2009    

Ik ben geboren in Bilthoven op 8 februari 1948. Mijn jeugd heb ik doorgebracht in Zwolle. Op de HBS schreef ik op mijn zestiende mijn eerste gedicht "Expiriment", dat werd gepubliceerd in de schoolkrant Hermes.

Tijdens mijn studie Niet Westerse Sociologie in Amsterdam deed ik mijn leeronderzoek in Andalusië, in het dorpje Piñar in de provincie Granada. Ik verbleef daar toen drie maanden in mijn eentje tussen de Spanjaarden. Ik ben toen verliefd geworden op het landschap, de mensen en de ruimte. Het leven was toen nog heel eenvoudig, geen stromend water, één auto in het hele dorp en ik sliep in een aangeveegde dierenstal, maar ik voelde me heel sterk opgenomen in die kleine gemeenschap.

Daar besloot ik dat ik eens in Spanje wilde wonen.

Nadien ben ik bijna jaarlijks in Spanje geweest en heb me daar altijd op mijn gemak gevoeld. Ik heb nadien nog veel gereisd voor mijn studie, vijf maanden in Zuid Amerika (Peru, Chili), voor mijzelf, Kenia, Mauritanië, Marokko, Tunesië, Turkije, Venezuela, Cuba en voor mijn werk aan de Hogeschool Haarlem, Aruba, Finland, Zweden, Noorwegen, Duitsland, Groot Brittannië en Ierland.

In Nederland had ik veel contact met Chileense vluchtelingen.

Sinds 2002 woon ik in Spanje, in de woestijnachtige provincie Almería, op twee uur afstand van Piñar en houd ik me bezig, behalve met schrijven, met de tuin, de moestuin en de boomgaard, die we aan de woestijn trachten te ontrukken. In mijn verhalen en gedichten komen vaak de landschappen terug, die ik op mijn reizen ben tegengekomen en nu ook deel uit maken van mijn directe omgeving.

Mijn kinderen Jonas en Lara ontwikkelen zich tot mijn grote vreugde in de beeldend kunst en het theater.


 

Collega dichter Krijn Korver over de thema's van mijn werk:

Het thema zaad

Zaad is een vaak terugkerend thema in de gedichten van Henk. Het zaad is er in allerlei vormen: het wordt breed uitgestrooid over akkers, het wordt gekoesterd door de zon, het bot uit door een milde regen.

Het thema aanraking

In de gedichten van Henk wordt veel aangeraakt. Het natte gras, bij een afscheid, de ruwe stam van een boom, de droge aarde, de scherpe stenen; alles wordt met de vingers betast. Misschien is het zelfs zo dat de dingen niet aangeraakt worden, maar dat het de dingen zijn die aanraken. De dichter is degene die aangeraakt wordt door het gras, de bomen, de aarde, de stenen. Niet zelden gaat daar een troostende werking van uit. Soms herken ik er een subtiele erotiek in.

Het verval

Wie een oppervlakkige blik werpt op Henk en zijn dichtwerk, zou een verkeerde indruk kunnen krijgen. Levensgenieter, Spaanse zon, vruchtbaarheid, het grenzeloos azuur, het lijkt een en al vrolijkheid en zonneschijn. Maar vergis u niet. Ook de keerzijde van dit alles, het verval van de dingen wordt met dezelfde hartstocht onder woorden gebracht. We lezen over rimpels, over stront, over vliegen op een lijk, over stank en bloeddoorlopen ogen en we ruiken het en we zien het. Groei, bloei en verval zijn in de gedichten onlosmakelijk met elkaar verbonden.

De liefde

Hebben we hiermee de kern van Henk's dichterschap te pakken? Nee, ik denk het niet. Die kern is volgens mij de liefde. Waar zijn gedichten ook over gaan, ze gaan altijd over de liefde. Soms als nadrukkelijk thema, maar veel vaker straalt het door de beelden en de verhalen heen. Volgens mij ligt daarin de kern. Zijn poëzie is ondenkbaar zonder de liefde.