Solitair

05 February, 2009    

Je staat temidden van het golvend gouden graan
en kijkt berustend hoe de verre akkers glooien,
omfloerste toppen, die zich aan de einder tooien
met vroege sneeuw. De winter komt er al weer aan.


De zomerwinden hielpen jou je zaad verstrooien,
maar ook dit jaar is er geen zaailing blijven staan.
De ploegschaar heeft je vruchtbaarheid teniet gedaan;
nu blijven slechts de voren rulle aarde plooien.


Zolang ik weet ben jij mijn niet te missen baken,
mijn toevluchtsoord, wanneer ik weer eens ben gestrand,
gekoesterd in jouw schaduw hoor ik takken kraken,


jouw oude stam voelt krachtig ruw onder mijn hand.
Ik laat me gaan, jij zult voorgoed over me waken,
in míj heb jij je onuitwisbaar voortgeplant.



Juni 2002