Amor Andaluz

05 February, 2009    

Voor Merel


Dit land, waar ooit de sinaasappelbomen groeiden,
dat vruchtbaar was en voedsel gaf aan iedereen;
de wijnrank naast het gouden graan. Land, waar voorheen
de geuren lokten als amandelbloesems bloeiden.


Dit land ligt nu verlaten, uitgeput. Alleen
de cactusplanten leven voort in de vermoeide
eens zo vitale grond, toen Moren je bevloeiden.
O Boabdil, mijn lege hart voelt nu als steen.


Tot op een dag een liefdevolle zachte regen
zo onvermoed mijn land en hart heeft aangeraakt.
Ontkiemt een oud en lang vergeten zaad, dat tegen


de verdorring in kiemkrachtig bleef. Ontwaakt
mijn doodgewaande sluimerende liefde. Zegen
de Moor. Jij hebt me weer ontvankelijk gemaakt.

 

Cuevas del Almanzora, augustus 1999